Staat het lagenpalet niet op het werkblad, druk dan op de toets
F8 van het toetsenbord.
Wil je het Lagenpalet los op het werkblad hebben, zet dan de cursor waar de rode pijl staat en sleep het hele Lagenpalet een stuk naar links.
Klik vervolgens op Bestand - Voorkeuren - Algemene programmavoorkeuren - Paletten.
Haal (in het midden) bij Dokken toestaan
het vinkje weg voor Lagen.
Zet (aan de rechterkant) bij Paletlagen:
-het vinkje bij Rechterdeelvenster
-bij Miniatuurweergavepalet als Grootte bijvoorbeeld het getal 30.
En dan heb je zo'n Lagenpalet:

Je kunt het lagenpalet zo breed en zo hoog maken als je zelf wilt door aan de zijkant (linker pijl), bovenkant en onderkant te trekken.
Het lijntje bij de rechter pijl kun je naar rechts of links schuiven zodat je zelf kunt bepalen hoe breed ieder vak wordt.
Om het lagenpalet
OPEN te houden klik je op de punaise (rechtsboven naast x) zodat die er uitziet zoals hierboven. Als de punaise dwars ligt, dan klapt het palet steeds dicht.
Werken met lagen
Wil je gaan werken op een bepaalde laag, klik dan één keer op de betreffende laag. Je ziet dan dat deze laag geselecteerd is door de andere kleur ervan (hierboven is dat Raster 3). Bovendien staat de naam van de actieve laag bovenaan het lagenpalet: Laag - Raster 3.